Seite in Deutsch DEUTSCH

Wat is veen?

Volgens een lijvige naslagwerk is turf:
Brandstof door afgraving en droging uit veen verkregen. Men onderscheidt baggerturf en gestoken turf .Turf wordt veel gebruikt als brandstof in de industrie. Verder wordt gruis onder hoge druk tot briketten geperst. In Nederland maakt men van turf actieve kool (norit, purit) door droge destillatie in retorten. Turf vezelplaten hebben een hoog isolerend vermogen.

Volgens hetzelfde lijvige naslagwerk is veen:
Een grondsoort bestaande uit onvolledig vergane plantenresten die onder afsluiting van zuurstof gehumificeerd zijn, meestal onder water of althans in een vochtig milieu. In Nederland spreekt men van laagveen als het onder de zeespiegel ligt. De term hoogveen voor hoger gelegen veen is wetenschappelijk in onbruik.

Het veen is ontstaan in voedselrijk water, in dat water zakten de fragmenten van allerlei planten, zaden en lagere organismen naar de bodem, waar ze naar gelang van tijd een dikke laag hebben gevormd zodat de plas steeds ondieper werd. Deze laag wordt mudde genoemd. Het is het laagveen dat zich onder water heeft gevormd.

Doordat laag op laag werd gevormd, verlande de plas op de lange duur en zo ontstond een zeer gunstige voedselbodem voor alle mogelijke moerasplanten. Riet, zegge en lisdodde groeiden naast elkaar, stierven jaar op jaar af en vormden een nieuwe laag, het zogenaamde rietveen of ook wel telmatische laag, waarin wortelstokken en bladresten bewaard zijn gebleven.

Moeras zoals ze er nu, gelukkig, nog zijn.
Moeras zoals ze er nu, gelukkig, nog zijn.

Hierna kwamen bomen als de els, later de berk en de den in het veen, om al hun bijdrage aan de geleidelijke ophoging van de grond te leveren. Door hun bladeren, die na verloop van tijd een ondoordringbare laag vormden kon het regenwater niet weg zakken, er vormden zich weer nieuwe plassen die echter voedsel arm waren. De bomen stierven de een na de andere en het sponzige veenmos of sphagnum kreeg de overhand, het duldde alleen nog de veenbes en het wolgras naast zich. Op het laagveen heeft zich het eindstadium van het hele wordingsproces, het hoogveen, gevormd.

Het hoogveen kan zich echter ook ontwikkelen op ieder ander vochtig voedselarme ondergrond. Het vormen van hoogveen bleef doorgaan zolang daarvoor de klimatologisch gunstige omstandigheid bleef voordoen, dit houdt in de vrij hoge graad van vochtigheid. Kwam er een droge periode, en dat gebeurde zeker, dan veranderde dit oude mosveen, dat soms zeer dik kon zijn, in heidelandschap met berken, vliegdennen, gagel en noem maar op. Werd het weer vochtiger dan keerde de oude toestand weer terug en vormde er zich weer opnieuw hoogveen, dit wordt jonge mosveen genoemd.

Heide landschap
Heide landschap.

Dit proces had tot in de tegenwoordige tijd kunnen doorgaan als de mens niet was gekomen, in de natuur had ingegrepen en de eeuwige cirkelgang had doorbroken.


Nederland omstreeks het jaar 1300.
Nederland omstreeks het jaar 1300.
(kaart uit Kaleidoscoop der Nederlandse landschappen van H.J. Keuning)



Van al deze Veengebieden is er nu haast niets meer over, er zijn nog een paar kleine, in natuurgebieden of musea, beschermde stukjes over.


Ons museum staat nog op een klein stukje, oorspronkelijk, hoogveen.